caleidoscoop
zelfstandig naamwoord kaˌlɛidɔsˈkopBetekenis
- kijker, bestaand uit een spiegelende veelhoekige buis of koker die aan het ene einde een compartiment met gekleurde kralen of andere kleurige voorwerpen bevat en zo bij ronddraaien om de lengteas telkens wisselende patronen laat zien
- iets dat heel veelvormig en veranderlijk is
Hoe spreek je caleidoscoop uit?
/kaˌlɛidɔsˈkop/
Caleidoscoop bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| o | boot |
| p | pak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als kaleidoscoop, kaleidoskoop.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| caleidoscoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| caleidoscoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| caleidoscopen | meervoud |
Herkomst
van Engels kaleidoscope als woord in 1817 door de Schotse uitvinder David Brewster gevormd uit Oudgrieks καλός bn (kalós) "mooi" en εἶδος zn (eídos) "vorm" en σκοπέειν ww (skopéein) "bekijken", in de schrijfwijze "kaleidoskoop" aangetroffen vanaf 1818 en in de schrijfwijze "caleidoscoop" vanaf 1839 (zie vindplaatsen hieronder)
Woordfamilie van caleidoscoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| caleidoscoopje | verkleinwoord | caleidoscoop |
| caleidoscoopjes | verkleinwoord meervoud | caleidoscoop |
| caleidoscopen | meervoud | caleidoscoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van caleidoscoop zijn vastgelegd.