otoscoop
zelfstandig naamwoord otoˈskopBetekenis
- een medisch instrument, dat gebruikt wordt om de gehoorgang en trommelvlies te inspecteren
Hoe spreek je otoscoop uit?
/otoˈskop/
Otoscoop bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| k | kat |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| otoscopen | meervoud |
Herkomst
vermoedelijk van Frans otoscope, het instrument in 1834 werd uitgevonden door de Franse arts J.P. Bonnafont ; gevormd uit het Oudgrieks οὖς (oûs), genitief: ὠτός (otós) "oor" en σκοπέω (skopéo) "bekijken"
Woordfamilie van otoscoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| otoscopen | meervoud | otoscoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van otoscoop zijn vastgelegd.