tassen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɑsə(n)Betekenis
- ophopen
Hoe spreek je tassen uit?
/ˈtɑsən/
Tassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van tassen
tassenhele werkwoord — tasteverleden tijd enkelvoud — tastenverleden tijd meervoud — getastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tas | taste |
| jij | tast | taste |
| hij, zij, het | tast | taste |
| wij | tassen | tasten |
| jullie | tassen | tasten |
| zij | tassen | tasten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getast | verleden tijd, deelwoord |
| getast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tas | gebiedende wijs |
| tasse | aanvoegende wijs |
| tassend | onvoltooid, deelwoord |
| taste | verleden tijd |
| te hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tas
Herkomst
afgeleid van tas met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van tassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tasse | aanvoegende wijs | tassen |
| tassend | onvoltooid deelwoord | tassen |
| tassende | woordvorm | tassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tassen zijn vastgelegd.