spuiten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspœytə(n)Betekenis
- onder druk een vloeistof snel door een nauwe opening doen uitstromen
- het proces van snelle uitstroming van een vloeistof onder druk
- heroïne gebruiken
Hoe spreek je spuiten uit?
/ˈspœytən/
Spuiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| œy | huis |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ejaculeren informal
Vervoeging van spuiten
spuitenhele werkwoord — spootverleden tijd enkelvoud — spotenverleden tijd meervoud — gespotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spuit | spoot |
| jij | spuit | spoot |
| hij, zij, het | spuit | spoot |
| wij | spuiten | spoten |
| jullie | spuiten | spoten |
| zij | spuiten | spoten |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gespoten | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gespoten | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gespoten | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gespoten | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gespoten worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gespoten zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gespoten worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gespoten zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespoten | verleden tijd, deelwoord |
| gespoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespoten te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespoten zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gespoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spoot | verleden tijd |
| spuit | gebiedende wijs |
| spuite | aanvoegende wijs |
| spuitend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gespoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gespoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spuiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spuit
Herkomst
In de betekenis van ‘met kracht naar buiten persen’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van spuiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gespoten | voltooid deelwoord | spuiten |
| spoot | verleden tijd | spuiten |
| spoten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | spuiten |
| spuite | aanvoegende wijs | spuiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spuiten zijn vastgelegd.