sluiten
werkwoord ˈslœytə(n)Betekenis
- toedoen, dichtmaken
- een compromis ~: ondanks verschillen tot overeenkomst komen
Hoe spreek je sluiten uit?
/ˈslœytən/
Sluiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken transitive
- een compromis/overeenkomst, … ~: tot een gezamenlijke overeenstemming komen en die min of meer officieel maken transitive
- dichtgaan intransitive
- een einde nemen intransitive
Vervoeging van sluiten
sluitenhele werkwoord — slootverleden tijd enkelvoud — slotenverleden tijd meervoud — geslotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sluit | sloot |
| jij | sluit | sloot |
| hij, zij, het | sluit | sloot |
| wij | sluiten | sloten |
| jullie | sluiten | sloten |
| zij | sluiten | sloten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesloten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesloten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesloten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesloten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesloten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesloten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesloten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesloten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesloten | verleden tijd, deelwoord |
| gesloten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesloten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesloten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesloten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesloten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesloten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesloten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesloten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesloten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesloten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sloot | verleden tijd |
| sluit | gebiedende wijs |
| sluite | aanvoegende wijs |
| sluitend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesloten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesloten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesloten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesloten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesloten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘toedoen’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van sluiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sluite | aanvoegende wijs | sluiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluiten zijn vastgelegd.