Naar de inhoud

sluiten

toedoen, dichtmaken

sluiten

werkwoord ˈslœytə(n)

Betekenis

  1. toedoen, dichtmaken
  2. een compromis ~: ondanks verschillen tot overeenkomst komen

Hoe spreek je sluiten uit?

/ˈslœytən/

Sluiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
œy huis
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken transitive
  2. een compromis/overeenkomst, … ~: tot een gezamenlijke overeenstemming komen en die min of meer officieel maken transitive
  3. dichtgaan intransitive
  4. een einde nemen intransitive

Vervoeging van sluiten

sluitenhele werkwoord — slootverleden tijd enkelvoud — slotenverleden tijd meervoud — geslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit sloot
jij sluit sloot
hij, zij, het sluit sloot
wij sluiten sloten
jullie sluiten sloten
zij sluiten sloten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesloten verleden tijd, deelwoord
gesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot verleden tijd
sluit gebiedende wijs
sluite aanvoegende wijs
sluitend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘toedoen’ voor het eerst aangetroffen in 1240.

Woordfamilie van sluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sluite aanvoegende wijs sluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluiten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sluiten

Hoe spreek je sluiten uit?
De uitspraak van sluiten is: /ˈslœytə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent sluiten?
Sluiten is een werkwoord. Het woord betekent: toedoen, dichtmaken. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je sluiten?
Je vervoegt sluiten als volgt: de tegenwoordige tijd is sluit, de verleden tijd is sloot en het voltooid deelwoord is gesloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sluiten?

Sluiten rijmt op 23 woorden op -uiten; fluiten, muiten en besluiten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sluiten, uitspraak ˈslœytən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
fluiten 2
muiten 2
besluiten 3
buiten 2
snuiten 2
spruiten 2
spuiten 2
erbuiten 3
hierbuiten 3
uiten 2
daarbuiten 3
vanbuiten 3
ruiten 2
stuiten 2
binnenstebuiten 5
achterkajuiten 5
bloemenspuiten 4
boerenfluiten 4
gruiten 2
kachelruiten 4
oversluiten 4
tuiten 2
verspuiten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sluiten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sluiten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

sluiten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sluiten in het kort

sluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sluiten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina.

sluiten: toedoen, dichtmaken
Deel sluiten — standaardnederlands.nl