snuiten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsnœytə(n)Betekenis
- door beurtelings de neus samen te knijpen en door de neus te blazen slijm uit de neusholte verwijderen
- het inkorten van de lont van een brandende kaars om het walmen te beperken
- een uitstekende scherpe hoek wegnemen, afsnuiten
Hoe spreek je snuiten uit?
/ˈsnœytən/
Snuiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| œy | huis |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van snuiten
snuitenhele werkwoord — gesnotenvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gesnoten | verleden tijd, deelwoord |
| snoot | verleden tijd |
Vervoeging van snuiten
snuitenhele werkwoord — gesnuitvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gesnuit | verleden tijd, deelwoord |
| snuitte | verleden tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord snuit
Woordfamilie van snuiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesnoten | voltooid deelwoord | snuiten |
| gesnuit | voltooid deelwoord | snuiten |
| gesnuite | woordvorm | snuiten |
| snoot | verleden tijd | snuiten |
| snoten | woordvorm | snuiten |
| snuite | woordvorm | snuiten |
| snuitend | woordvorm | snuiten |
| snuitende | woordvorm | snuiten |
| snuitte | verleden tijd | snuiten |
| snuitten | woordvorm | snuiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snuiten zijn vastgelegd.