Naar de inhoud

spruiten

loten vormen

spruiten is meer dan één woord

spruiten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsprœytə(n)

Betekenis

  1. loten vormen
  2. ~ uit: voortkomen of voortvloeien uit

Hoe spreek je spruiten uit?

/ˈsprœytən/

Spruiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsprœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
r rood
œy huis
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van spruiten

spruitenhele werkwoord — sprootverleden tijd enkelvoud — sprotenverleden tijd meervoud — gesprotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spruit sproot
jij spruit sproot
hij, zij, het spruit sproot
wij spruiten sproten
jullie spruiten sproten
zij spruiten sproten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesproten verleden tijd, deelwoord
gesproten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesproten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesproten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesproten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesproten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesproten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesproten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesproten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesproten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sproot verleden tijd
spruit gebiedende wijs
spruite aanvoegende wijs
spruitend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesproten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spruiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spruiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesproten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spruiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spruiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesproten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spruiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord spruit

Herkomst

In de betekenis van ‘loten vormen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van spruiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesproten voltooid deelwoord spruiten
sproot verleden tijd spruiten
sproten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spruiten
spruite aanvoegende wijs spruiten
spruitend onvoltooid deelwoord spruiten
spruitende woordvorm spruiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spruiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over spruiten

Hoe spreek ik spruiten uit?
Zo spreek je spruiten uit: /ˈsprœytə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van spruiten?
Spruiten is een werkwoord. De betekenis is: loten vormen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik spruiten?
Zo vervoeg je spruiten zo: de tegenwoordige tijd is spruit, de verleden tijd is sproot en het voltooid deelwoord is gesproten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spruiten?

In dit woordenboek rijmen 23 woorden op -uiten op spruiten, zoals fluiten, muiten en besluiten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spruiten, uitspraak ˈsprœytən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
fluiten 2
muiten 2
besluiten 3
buiten 2
sluiten 2
snuiten 2
spuiten 2
erbuiten 3
hierbuiten 3
uiten 2
daarbuiten 3
vanbuiten 3
ruiten 2
stuiten 2
binnenstebuiten 5
achterkajuiten 5
bloemenspuiten 4
boerenfluiten 4
gruiten 2
kachelruiten 4
oversluiten 4
tuiten 2
verspuiten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spruiten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. R 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spruiten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. R 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spruiten in het kort

spruiten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van spruiten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort spruiten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

spruiten: loten vormen
Deel spruiten — standaardnederlands.nl