Naar de inhoud

sputteren

kleine belletjes of druppeltjes spuug voortbrengen (zoals bij baby's)

sputteren

werkwoord

Betekenis

  1. kleine belletjes of druppeltjes spuug voortbrengen (zoals bij baby's)
  2. zonder overtuigingskracht blijven tegenspreken
  3. spetteren
  4. proces om een oppervlak met een uiterst dun laagje metaal te bedekken

Vervoeging van sputteren

sputterenhele werkwoord — sputterdeverleden tijd enkelvoud — sputterdenverleden tijd meervoud — gesputterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sputter sputterde
jij sputtert sputterde
hij, zij, het sputtert sputterde
wij sputteren sputterden
jullie sputteren sputterden
zij sputteren sputterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesputterd verleden tijd, deelwoord
gesputterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesputterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesputterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesputterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesputterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesputterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesputterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesputterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesputterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesputterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesputterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sputter gebiedende wijs
sputterde verleden tijd
sputtere aanvoegende wijs
sputterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesputterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sputteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sputteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesputterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sputteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sputteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesputterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sputteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘pruttelende geluiden maken’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Woordfamilie van sputteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesputterd voltooid deelwoord sputteren
sputter gebiedende wijs sputteren
sputterde verleden tijd sputteren
sputterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sputteren
sputtere aanvoegende wijs sputteren
sputterend onvoltooid deelwoord sputteren
sputterende woordvorm sputteren
sputtert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sputteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sputteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over sputteren

Wat is de betekenis van sputteren?
Sputteren is een werkwoord. De betekenis is: kleine belletjes of druppeltjes spuug voortbrengen (zoals bij baby's). In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sputteren?
Zo vervoeg je sputteren zo: de tegenwoordige tijd is sputter, de verleden tijd is sputterde en het voltooid deelwoord is gesputterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sputteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. U 4
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sputteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. U 2
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sputteren in het kort

sputteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sputteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sputteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sputteren: kleine belletjes of druppeltjes spuug voortbrengen (zoals bij baby's)
Deel sputteren — standaardnederlands.nl