schooier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een landloper
- een deugniet
- een bedelaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schooiers | meervoud |
| schooiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schooiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schooien met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van schooier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schooiers | meervoud | schooier |
| schooiertje | verkleinwoord | schooier |
| schooiertjes | verkleinwoord meervoud | schooier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schooier zijn vastgelegd.