samenscholen
werkwoordBetekenis
- van een groot aantal individuele mensen dat ze zich verenigen tot één grote groep (waar een dreiging van uit kan gaan)
- tot één groep verenigen van andere zaken dan mensen
Vervoeging van samenscholen
samenscholenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van samen bw en scholen ww
Woordfamilie van samenscholen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| samengeschoold | woordvorm | samenscholen |
| samenschole | with-subordinate-clause | samenscholen |
| samenscholend | woordvorm | samenscholen |
| samenscholende | woordvorm | samenscholen |
| samenschool | with-subordinate-clause | samenscholen |
| samenschoolde | with-subordinate-clause | samenscholen |
| samenschoolden | with-subordinate-clause | samenscholen |
| samenschoolt | with-subordinate-clause | samenscholen |
| schole samen | woordvorm | samenscholen |
| scholen samen | woordvorm | samenscholen |
| school samen | woordvorm | samenscholen |
| schoolde samen | woordvorm | samenscholen |
| schoolden samen | woordvorm | samenscholen |
| schoolt samen | woordvorm | samenscholen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samenscholen zijn vastgelegd.