halvezool
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˌhɑlvəˈzolBetekenis
- nietsnut
- een schoenzool die alleen onder het voorste deel van de schoen bevestigd wordt (als extra versteviging)
Hoe spreek je halvezool uit?
/ˌhɑlvəˈzol/
Halvezool bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| v | vis |
| ə | de |
| z | zon |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- stuk leer of rubber dat alleen onder het voorste deel van de schoen bevestigd wordt (als gedeeltelijk herstel) In het Surinaams-Nederlands gebruikt voor elke versteviging onder de schoenzool.
- iemand die door vreemd gedrag bezigheden van anderen verstoort pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halvezolen | meervoud |
| halvezooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| halvezooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van halvezolen
- gebiedende wijs van halvezolen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van halvezolen
Vervoeging van halvezool
halvezoolhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van halve bn en zool zn **[2] mogelijk verbasterd uit (Brits) Engels arsehole, oorspronkelijk gebezigd door havenarbeiders.
Woordfamilie van halvezool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halvezooltje | verkleinwoord | halvezool |
| halvezooltjes | verkleinwoord meervoud | halvezool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halvezool zijn vastgelegd.