Naar de inhoud

schoolblijven

voor straf langer dan gewoonlijk op school moeten blijven

schoolblijven

werkwoord

Betekenis

  1. voor straf langer dan gewoonlijk op school moeten blijven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van schoolblijven

schoolblijvenhele werkwoord — bleef schoolverleden tijd enkelvoud — bleven schoolverleden tijd meervoud — schoolgeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf school bleef school
jij blijft school bleef school
hij, zij, het blijft school bleef school
wij blijven school bleven school
jullie blijven school bleven school
zij blijven school bleven school
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleef school verleden tijd
blijf school gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
is schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
school te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
school te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
school zal blijven bijzin, toekomende tijd
school zou blijven bijzin, voorwaardelijk
school zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
school zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
school zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
school zullen blijven bijzin, toekomende tijd
school zult blijven bijzin, toekomende tijd
schoolbleef bijzin, verleden tijd
schoolbleeft bijzin, verleden tijd
schoolbleven bijzin, verleden tijd
schoolblijf bijzin, tegenwoordige tijd
schoolblijft bijzin, tegenwoordige tijd
schoolblijvend onvoltooid, deelwoord
schoolgebleven verleden tijd, deelwoord
schoolgebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
schoolgebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te zijn schoolgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schoolblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart schoolgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren schoolgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren schoolgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren schoolgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was schoolgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was schoolgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was schoolgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal schoolblijven bijzin, toekomende tijd
zal schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn schoolgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt schoolgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou schoolblijven bijzin, voorwaardelijk
zou schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) schoolblijven school zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden schoolblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt schoolblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt schoolgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen schoolblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen schoolblijven bijzin, toekomende tijd
zullen schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult schoolblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult schoolblijven bijzin, toekomende tijd
zult schoolgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal schoolblijven school zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van school en blijven

Woordfamilie van schoolblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bleef school verleden tijd schoolblijven
bleven school aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schoolblijven
blijf school gebiedende wijs schoolblijven
blijft school aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schoolblijven
blijve school woordvorm schoolblijven
blijven school aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon schoolblijven
schoolbleef subordinate-clause, verleden tijd schoolblijven
schoolbleven subordinate-clause, verleden tijd schoolblijven
schoolblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd schoolblijven
schoolblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd schoolblijven
schoolblijve with-subordinate-clause schoolblijven
schoolblijvend onvoltooid deelwoord schoolblijven
schoolblijvende woordvorm schoolblijven
schoolgebleven voltooid deelwoord schoolblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoolblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schoolblijven

Wat betekent schoolblijven?
Schoolblijven is een werkwoord. Het woord betekent: voor straf langer dan gewoonlijk op school moeten blijven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schoolblijven?
Je vervoegt schoolblijven als volgt: het voltooid deelwoord is schoolgebleven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schoolblijven is 33 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. O 1
  6. L 3
  7. B 3
  8. L 3
  9. I 1
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 33 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schoolblijven levert met Wordfeud minimaal 35 en maximaal 135 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. O 1
  6. L 3
  7. B 4
  8. L 3
  9. I 2
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 35 zonder bonus
  15. 135 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schoolblijven in het kort

schoolblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schoolblijven zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schoolblijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schoolblijven: voor straf langer dan gewoonlijk op school moeten blijven
Deel schoolblijven — standaardnederlands.nl