cruisecontrol
zelfstandig naamwoord ˈkruːskənˌtrolBetekenis
- een uit de auto-industrie afkomstig middel om de snelheid van een voertuig vast te zetten, zodat men zelf geen gas hoeft te geven
Hoe spreek je cruisecontrol uit?
/ˈkruskənˌtrol/
Cruisecontrol bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| u | boek |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cruisecontrols | meervoud |
Herkomst
samenstelling uit het Engels cruise en control
Woordfamilie van cruisecontrol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cruisecontrols | meervoud | cruisecontrol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cruisecontrol zijn vastgelegd.