kool
zelfstandig naamwoord kolBetekenis
- een eetbare plant met veel ondersoorten uit de kruisbloemfamilie
- een zwarte brandstof die voornamelijk uit koolstof bestaat
Hoe spreek je kool uit?
/kol/
Kool bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Brassica uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae). Het geslacht bevat een aantal landbouw- en tuingewassen. De bloemen bestaan uit vier kelkbladen, vier kroonbladen, zes meeldraden en twee vruchtbladen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kolen | meervoud |
| kooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht, groente’ voor het eerst aangetroffen in 1226
Woordfamilie van kool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kooltje | verkleinwoord | kool |
| kooltjes | verkleinwoord meervoud | kool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kool zijn vastgelegd.