riool
zelfstandig naamwoord riˈjolBetekenis
- een vaak ondergronds kanaal voor de afvoer van drek
Hoe spreek je riool uit?
/riˈjol/
Riool bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een vaak ondergronds kanaal voor de afvoer van drek en ander afvalwater
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| riolen | meervoud |
| riooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| riooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afvoerkanaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380
Woordfamilie van riool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| riolen | meervoud | riool |
| riooltje | verkleinwoord | riool |
| riooltjes | verkleinwoord meervoud | riool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van riool zijn vastgelegd.