rijswaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- uiterwaard met rijs (griend) begroeid, griendwaard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijswaarden | meervoud |
| rijswaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijswaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijs en waard
Woordfamilie van rijswaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijswaarden | meervoud | rijswaard |
| rijswaardje | verkleinwoord | rijswaard |
| rijswaardjes | verkleinwoord meervoud | rijswaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijswaard zijn vastgelegd.