pasklaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- m.n. van kleding dat ze op maat gemaakt is en geregen is zodat men kan kijken of de maten goed zijn indien dat het geval is kan het later afgemaakt worden
- iets wat helemaal af is en dus direct gebruikt kan worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pasklaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| pasklaardere | verbogen, vergrotende trap |
| pasklaarders | partitief, vergrotende trap |
| pasklaars | partitief, stellende trap |
| pasklaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| pasklaarste | verbogen, overtreffende trap |
| pasklare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van pas ww en klaar bn
Woordfamilie van pasklaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pasklaarder | vergrotende trap | pasklaar |
| pasklaardere | verbogen vergrotende trap | pasklaar |
| pasklaarders | partitieve vergrotende trap | pasklaar |
| pasklaars | partitive, positive | pasklaar |
| pasklaarst | uninflected, superlative | pasklaar |
| pasklaarste | inflected, superlative | pasklaar |
| pasklare | verbogen vorm | pasklaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pasklaar zijn vastgelegd.