Naar de inhoud

openschuiven

schuivend opengaan

openschuiven

werkwoord

Betekenis

  1. schuivend opengaan
  2. door schuiven iets openmaken

Vervoeging van openschuiven

openschuivenhele werkwoord — schoof openverleden tijd enkelvoud — schoven openverleden tijd meervoud — opengeschovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuif open schoof open
jij schuift open schoof open
hij, zij, het schuift open schoof open
wij schuiven open schoven open
jullie schuiven open schoven open
zij schuiven open schoven open
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opengeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opengeschoven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opengeschoven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opengeschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opengeschoven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opengeschoven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opengeschoven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opengeschoven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opengeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opengeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opengeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opengeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te schuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal schuiven bijzin, toekomende tijd
open zou schuiven bijzin, voorwaardelijk
open zouden schuiven bijzin, voorwaardelijk
open zoudt schuiven bijzin, voorwaardelijk
open zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen schuiven bijzin, toekomende tijd
open zult schuiven bijzin, toekomende tijd
opengeschoven verleden tijd, deelwoord
opengeschoven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengeschoven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengeschoven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengeschoven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengeschoven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengeschoven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengeschoven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengeschoven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengeschoven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengeschoven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
openschoof bijzin, verleden tijd
openschoven bijzin, verleden tijd
openschuif bijzin, tegenwoordige tijd
openschuift bijzin, tegenwoordige tijd
openschuivend onvoltooid, deelwoord
schoof open verleden tijd
schuif open gebiedende wijs
te hebben opengeschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengeschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengeschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengeschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opengeschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opengeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal openschuiven bijzin, toekomende tijd
zijn opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengeschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou openschuiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) openschuiven open zou(dt) schuiven bijzin, voorwaardelijk
zouden opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden openschuiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengeschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengeschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt openschuiven bijzin, voorwaardelijk
zullen opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opengeschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengeschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen openschuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openschuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen openschuiven bijzin, toekomende tijd
zult opengeschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van open en schuiven

Woordfamilie van openschuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opengeschoven voltooid deelwoord openschuiven
openschoof subordinate-clause, verleden tijd openschuiven
openschoven subordinate-clause, verleden tijd openschuiven
openschuif subordinate-clause, tegenwoordige tijd openschuiven
openschuift subordinate-clause, tegenwoordige tijd openschuiven
openschuive with-subordinate-clause openschuiven
openschuivend onvoltooid deelwoord openschuiven
openschuivende woordvorm openschuiven
schoof open verleden tijd openschuiven
schoven open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openschuiven
schuif open gebiedende wijs openschuiven
schuift open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon openschuiven
schuive open woordvorm openschuiven
schuiven open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon openschuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openschuiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over openschuiven

Wat betekent openschuiven?
Openschuiven is een werkwoord. Het woord betekent: schuivend opengaan. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je openschuiven?
Je vervoegt openschuiven als volgt: het voltooid deelwoord is opengeschoven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openschuiven is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. U 4
  9. I 1
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openschuiven levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. U 2
  9. I 2
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 zonder bonus
  14. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openschuiven in het kort

openschuiven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van openschuiven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort openschuiven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

openschuiven: schuivend opengaan
Deel openschuiven — standaardnederlands.nl