opener
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werktuig om iets te openen, bv. een blik of een fles
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| openers | meervoud |
| openertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| openertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van openen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opener
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| openers | meervoud | opener |
| openertje | verkleinwoord | opener |
| openertjes | verkleinwoord meervoud | opener |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opener zijn vastgelegd.