Naar de inhoud

ontdubbelen

exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen

ontdubbelen

werkwoord /ɔntˈdʏbələ(n)/

Betekenis

  1. exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen
  2. items in een lijst of records in een bestand die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de lijst of het bestand geen doublures meer bevat
  3. de beschermlaag van de scheepshuid verwijderen
  4. een tweede van iets maken om de capaciteit te vergroten

Hoe spreek je ontdubbelen uit?

/ɔntˈdʏbələn/

Ontdubbelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈdʏbələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
d dak
ʏ put
b bak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontdubbelen

ontdubbelenhele werkwoord — ontdubbeldeverleden tijd enkelvoud — ontdubbeldenverleden tijd meervoud — ontdubbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontdubbel ontdubbelde
jij ontdubbelt ontdubbelde
hij, zij, het ontdubbelt ontdubbelde
wij ontdubbelen ontdubbelden
jullie ontdubbelen ontdubbelden
zij ontdubbelen ontdubbelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontdubbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontdubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontdubbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontdubbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontdubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontdubbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontdubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontdubbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontdubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontdubbel gebiedende wijs
ontdubbeld verleden tijd, deelwoord
ontdubbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontdubbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontdubbelde verleden tijd
ontdubbele aanvoegende wijs
ontdubbelend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontdubbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontdubbelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontdubbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontdubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontdubbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontdubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontdubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

[1-3] afgeleid van dubbelen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontdubbelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontdubbel gebiedende wijs ontdubbelen
ontdubbeld voltooid deelwoord ontdubbelen
ontdubbelde verleden tijd ontdubbelen
ontdubbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontdubbelen
ontdubbele aanvoegende wijs ontdubbelen
ontdubbelend onvoltooid deelwoord ontdubbelen
ontdubbelende woordvorm ontdubbelen
ontdubbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontdubbelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontdubbelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontdubbelen

Hoe spreek ik ontdubbelen uit?
Zo spreek je ontdubbelen uit: /ɔntˈdʏbələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontdubbelen?
Ontdubbelen is een werkwoord. De betekenis is: exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontdubbelen?
Zo vervoeg je ontdubbelen zo: de tegenwoordige tijd is ontdubbel, de verleden tijd is ontdubbelde en het voltooid deelwoord is ontdubbeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontdubbelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. U 4
  6. B 3
  7. B 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontdubbelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. U 2
  6. B 4
  7. B 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontdubbelen in het kort

ontdubbelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontdubbelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontdubbelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontdubbelen: exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen
Deel ontdubbelen — standaardnederlands.nl