om
voorzetsel, voegwoord, bijwoord [ˈʔɔ̽m]Betekenis
- omheen, rond, rondheen, aan alle kanten van iets.
- als aanduiding van het tijdstip waarop iets begint.
- leidt een beknopte bijzin in: het effect dat men wil bereiken.
- omdraaien: hij draaide het argument om in zijn betoog
- erom: hij heeft er hartelijk om moeten lachen.
- mens
- rond
- erover
- om
- betreffende
- over (in tijdelijke opzicht)
- oom
- betreffende, vanwege, wegens
- galm, dof geluid
- als, indien
Hoe spreek je om uit?
/ˈɔ̽m/
Om bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
voorzetsel
- aan alle kanten van iets.
- als aanduiding van een bedoeling of reden
- als aanduiding van een ruil of verwissing obsolete
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
Herkomst
als ‘voorzetsel’ voor aangetroffen vanaf 1272