Naar de inhoud

omgaan

om iets heen gaan

omgaan

werkwoord ˈɔmɣan

Betekenis

  1. om iets heen gaan
  2. verstrijken van de tijd
  3. omgang hebben met
  4. hanteren, rekening houden met

Hoe spreek je omgaan uit?

/ˈɔmxan/

Omgaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van omgaan

omgaanhele werkwoord — ging omverleden tijd enkelvoud — gingen omverleden tijd meervoud — omgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga om ging om
jij gaat om ging om
hij, zij, het gaat om ging om
wij gaan om gingen om
jullie gaan om gingen om
zij gaan om gingen om
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga om gebiedende wijs
ging om verleden tijd
is omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal gaan bijzin, toekomende tijd
om zou gaan bijzin, voorwaardelijk
om zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
om zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
om zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen gaan bijzin, toekomende tijd
om zult gaan bijzin, toekomende tijd
omga gebiedende wijs
omga aanvoegende wijs
omga bijzin, tegenwoordige tijd
omgaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgaand onvoltooid, deelwoord
omgaat bijzin, tegenwoordige tijd
omgegaan verleden tijd, deelwoord
omgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omging bijzin, verleden tijd
omgingen bijzin, verleden tijd
te omgaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omgaan bijzin, toekomende tijd
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn omgaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn omgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omgaan bijzin, voorwaardelijk
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) omgaan om zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen omgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omgaan bijzin, toekomende tijd
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omgaan bijzin, toekomende tijd
zult omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal omgaan om zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd
ómgaan canonical

Woordvorm

  • passeren door een route rond iets of iemand te volgen
  • voltooid deelwoord van omgaan

Vervoeging van omgaan

omgaanhele werkwoord — ging omverleden tijd enkelvoud — gingen omverleden tijd meervoud — omgaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga om ging om
jij gaat om ging om
hij, zij, het gaat om ging om
wij gaan om gingen om
jullie gaan om gingen om
zij gaan om gingen om
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga om gebiedende wijs
is omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal gaan bijzin, toekomende tijd
om zou gaan bijzin, voorwaardelijk
om zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
om zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
om zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen gaan bijzin, toekomende tijd
om zult gaan bijzin, toekomende tijd
omga gebiedende wijs
omga aanvoegende wijs
omga bijzin, tegenwoordige tijd
omgaan verleden tijd, deelwoord
omgaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgaand onvoltooid, deelwoord
omgaat bijzin, tegenwoordige tijd
omgegaan verleden tijd, deelwoord
omgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omging verleden tijd
omging bijzin, verleden tijd
omgingen bijzin, verleden tijd
omgáán canonical
te omgaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omgaan bijzin, toekomende tijd
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn omgaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn omgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt omgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omgaan bijzin, voorwaardelijk
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) omgaan om zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt omgaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen omgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omgaan bijzin, toekomende tijd
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult omgaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omgaan bijzin, toekomende tijd
zult omgaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal omgaan om zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van om bw en gaan ww

Woordfamilie van omgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga om gebiedende wijs omgaan
gaan om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omgaan
gaat om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omgaan
ging om verleden tijd omgaan
gingen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omgaan
omga subordinate-clause, tegenwoordige tijd omgaan
omgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd omgaan
omgane woordvorm omgaan
omgegaan voltooid deelwoord omgaan
omgegane woordvorm omgaan
omging subordinate-clause, verleden tijd omgaan
omgingen subordinate-clause, verleden tijd omgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omgaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omgaan

Hoe spreek ik omgaan uit?
Zo spreek je omgaan uit: /ˈɔmɣan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omgaan?
Omgaan is een werkwoord. De betekenis is: om iets heen gaan. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omgaan?
Zo vervoeg je omgaan zo: de tegenwoordige tijd is omga, de verleden tijd is omging en het voltooid deelwoord is omgegaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omgaan is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omgaan levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omgaan telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

omgaan in het kort

omgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omgaan staan er 66 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omgaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omgaan: om iets heen gaan
Deel omgaan — standaardnederlands.nl