omfloersen
werkwoordBetekenis
- als een rouwsluier omgeven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van omfloersen
omfloersenhele werkwoord — omfloersteverleden tijd enkelvoud — omfloerstenverleden tijd meervoud — omfloerstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omfloers | omfloerste |
| jij | omfloerst | omfloerste |
| hij, zij, het | omfloerst | omfloerste |
| wij | omfloersen | omfloersten |
| jullie | omfloersen | omfloersten |
| zij | omfloersen | omfloersten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omfloerst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omfloerst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omfloerst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omfloerst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omfloerst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omfloerst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omfloerst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omfloerst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omfloerst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omfloerst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omfloerst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omfloerst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omfloerst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omfloers | gebiedende wijs |
| omfloerse | aanvoegende wijs |
| omfloersend | onvoltooid, deelwoord |
| omfloerst | verleden tijd, deelwoord |
| omfloerst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omfloerst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omfloerst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omfloerst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omfloerst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omfloerst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omfloerst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omfloerst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omfloerst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omfloerst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omfloerste | verleden tijd |
| te hebben omfloerst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omfloersen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omfloersen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omfloerst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omfloerst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omfloerst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omfloerst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omfloerst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omfloerst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omfloerst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omfloerst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omfloerst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen omfloersen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult omfloersen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omfloerst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omfloerst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omfloerst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en floersen
Woordfamilie van omfloersen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omfloers | gebiedende wijs | omfloersen |
| omfloerse | aanvoegende wijs | omfloersen |
| omfloersend | onvoltooid deelwoord | omfloersen |
| omfloersende | woordvorm | omfloersen |
| omfloersten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omfloersen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omfloersen zijn vastgelegd.