omgooien
werkwoord ˈɔmɣojə(n)Betekenis
- omduwen, iets van een een vertikale naar een horizontale positie duwen
- plotseling (de volgorde van handelingen) veranderen
Hoe spreek je omgooien uit?
/ˈɔmxojən/
Omgooien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| x | acht |
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- omduwen, iets van een verticale naar een horizontale positie duwen
Vervoeging van omgooien
omgooienhele werkwoord — gooide omverleden tijd enkelvoud — gooiden omverleden tijd meervoud — omgegooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gooi om | gooide om |
| jij | gooit om | gooide om |
| hij, zij, het | gooit om | gooide om |
| wij | gooien om | gooiden om |
| jullie | gooien om | gooiden om |
| zij | gooien om | gooiden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgegooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgegooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgegooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgegooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgegooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgegooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgegooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgegooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gooi om | gebiedende wijs |
| gooide om | verleden tijd |
| had omgegooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgegooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgegooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgegooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgegooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te gooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen gooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal gooien | bijzin, toekomende tijd |
| om zou gooien | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden gooien | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt gooien | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen gooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen gooien | bijzin, toekomende tijd |
| om zult gooien | bijzin, toekomende tijd |
| omgegooid | verleden tijd, deelwoord |
| omgegooid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgegooid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgegooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgegooid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgegooid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgegooid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgegooid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgegooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgegooid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgegooid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgooi | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omgooide | bijzin, verleden tijd |
| omgooiden | bijzin, verleden tijd |
| omgooiend | onvoltooid, deelwoord |
| omgooit | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben omgegooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omgooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgegooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgegooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgegooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgegooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgegooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgegooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgegooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgegooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omgooien | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgegooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omgooien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omgooien om zou(dt) gooien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omgooien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgegooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgegooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omgooien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgegooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgegooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgegooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgegooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgooien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omgooien | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgegooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en gooien
Woordfamilie van omgooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gooi om | gebiedende wijs | omgooien |
| gooide om | verleden tijd | omgooien |
| gooiden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omgooien |
| gooie om | woordvorm | omgooien |
| gooien om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omgooien |
| gooit om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omgooien |
| omgegooid | voltooid deelwoord | omgooien |
| omgegooide | woordvorm | omgooien |
| omgooi | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omgooien |
| omgooide | subordinate-clause, verleden tijd | omgooien |
| omgooiden | subordinate-clause, verleden tijd | omgooien |
| omgooie | with-subordinate-clause | omgooien |
| omgooiend | onvoltooid deelwoord | omgooien |
| omgooiende | woordvorm | omgooien |
| omgooit | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omgooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omgooien zijn vastgelegd.