Naar de inhoud

ombuigen

een gebogen stand aannemen

ombuigen

werkwoord ˈɔmbœyɣə(n)

Betekenis

  1. een gebogen stand aannemen
  2. verbuigen
  3. wijzigen

Hoe spreek je ombuigen uit?

/ˈɔmbœyxən/

Ombuigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmbœyxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
b bak
œy huis
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. wijzigen, bezuinigen transitive

Vervoeging van ombuigen

ombuigenhele werkwoord — boog omverleden tijd enkelvoud — bogen omverleden tijd meervoud — omgebogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buig om boog om
jij buigt om boog om
hij, zij, het buigt om boog om
wij buigen om bogen om
jullie buigen om bogen om
zij buigen om bogen om
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boog om verleden tijd
buig om gebiedende wijs
er is omgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgebogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgebogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgebogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgebogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgebogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgebogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te buigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal buigen bijzin, toekomende tijd
om zou buigen bijzin, voorwaardelijk
om zouden buigen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt buigen bijzin, voorwaardelijk
om zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen buigen bijzin, toekomende tijd
om zult buigen bijzin, toekomende tijd
ombogen bijzin, verleden tijd
omboog bijzin, verleden tijd
ombuig bijzin, tegenwoordige tijd
ombuigend onvoltooid, deelwoord
ombuigt bijzin, tegenwoordige tijd
omgebogen verleden tijd, deelwoord
omgebogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgebogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben omgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ombuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ombuigen bijzin, toekomende tijd
zal omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ombuigen bijzin, voorwaardelijk
zou omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) ombuigen om zou(dt) buigen bijzin, voorwaardelijk
zouden ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ombuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ombuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ombuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ombuigen bijzin, toekomende tijd
zullen omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ombuigen bijzin, toekomende tijd
zult omgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal ombuigen om zult/zal buigen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van om en buigen

Woordfamilie van ombuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bogen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ombuigen
boog om verleden tijd ombuigen
buig om gebiedende wijs ombuigen
buige om woordvorm ombuigen
buigen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ombuigen
buigt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ombuigen
ombogen subordinate-clause, verleden tijd ombuigen
omboog subordinate-clause, verleden tijd ombuigen
ombuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd ombuigen
ombuige with-subordinate-clause ombuigen
ombuigend onvoltooid deelwoord ombuigen
ombuigende woordvorm ombuigen
ombuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd ombuigen
omgebogen voltooid deelwoord ombuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ombuigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ombuigen

Hoe spreek ik ombuigen uit?
Zo spreek je ombuigen uit: /ˈɔmbœyɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van ombuigen?
Ombuigen is een werkwoord. De betekenis is: een gebogen stand aannemen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ombuigen?
Zo vervoeg je ombuigen zo: het voltooid deelwoord is omgebogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ombuigen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. B 3
  4. U 4
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ombuigen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. B 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ombuigen in het kort

ombuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ombuigen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ombuigen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ombuigen: een gebogen stand aannemen
Deel ombuigen — standaardnederlands.nl