omhullen
werkwoordBetekenis
- rondom met een laag bedekken
- zich ~: zichzelf rondom bedekken
Vervoeging van omhullen
omhullenhele werkwoord — omhuldeverleden tijd enkelvoud — omhuldenverleden tijd meervoud — omhuldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omhul | omhulde |
| jij | omhult | omhulde |
| hij, zij, het | omhult | omhulde |
| wij | omhullen | omhulden |
| jullie | omhullen | omhulden |
| zij | omhullen | omhulden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omhuld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omhuld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omhuld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omhuld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omhuld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omhuld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omhuld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omhuld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omhuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omhuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omhuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omhuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhuld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhul | gebiedende wijs |
| omhul me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| omhul u/je , omhult je | gebiedende wijs |
| omhuld | verleden tijd, deelwoord |
| omhuld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhuld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhuld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhuld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhuld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhuld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhuld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhuld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhuld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhuld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhulde | verleden tijd |
| omhulde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| omhulde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| omhulde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| omhulde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| omhulde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| omhulde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| omhulde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| omhulden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| omhulden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| omhulden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| omhulle | aanvoegende wijs |
| omhulle zich | aanvoegende wijs |
| omhullen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| omhullen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| omhullen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| omhullend | onvoltooid, deelwoord |
| omhult je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| omhult u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| omhult u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| omhult zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| omhult zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| omhult zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben omhuld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omhullen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhullen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omhuld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omhuld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me omhullen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omhuld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhuld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich omhullen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je omhullen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich omhuld hebben | verleden tijd |
| zich omhullend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omhuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhuld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhuld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je omhullen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhuld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van om en hullen
Woordfamilie van omhullen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omhul | gebiedende wijs | omhullen |
| omhuld | voltooid deelwoord | omhullen |
| omhulde | verleden tijd | omhullen |
| omhulden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhullen |
| omhulle | aanvoegende wijs | omhullen |
| omhullend | onvoltooid deelwoord | omhullen |
| omhullende | woordvorm | omhullen |
| omhult | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhullen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhullen zijn vastgelegd.