omhouwen
werkwoordBetekenis
- met een bijl een boom vellen
Vervoeging van omhouwen
omhouwenhele werkwoord — hieuw omverleden tijd enkelvoud — hieuwen omverleden tijd meervoud — omgehouwenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | houw om | hieuw om |
| jij | houwt om | hieuw om |
| hij, zij, het | houwt om | hieuw om |
| wij | houwen om | hieuwen om |
| jullie | houwen om | hieuwen om |
| zij | houwen om | hieuwen om |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgehouwen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgehouwen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgehouwen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgehouwen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgehouwen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgehouwen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgehouwen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgehouwen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgehouwen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgehouwen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgehouwen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgehouwen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgehouwen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hieuw om | verleden tijd |
| houw om | gebiedende wijs |
| is omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te houwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen houwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal houwen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou houwen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden houwen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt houwen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen houwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen houwen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult houwen | bijzin, toekomende tijd |
| omgehouwen | verleden tijd, deelwoord |
| omgehouwen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgehouwen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgehouwen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgehouwen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgehouwen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgehouwen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgehouwen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgehouwen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgehouwen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgehouwen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhieuw | bijzin, verleden tijd |
| omhieuwen | bijzin, verleden tijd |
| omhieuwt | bijzin, verleden tijd |
| omhouw | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhouwend | onvoltooid, deelwoord |
| omhouwt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben omgehouwen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgehouwen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgehouwen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgehouwen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgehouwen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgehouwen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgehouwen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgehouwen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgehouwen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omhouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgehouwen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omhouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omhouwen om zou(dt) houwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omhouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgehouwen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgehouwen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omhouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgehouwen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgehouwen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgehouwen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgehouwen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgehouwen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omhouwen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om bw en houwen ww
Woordfamilie van omhouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hieuw om | verleden tijd | omhouwen |
| hieuwen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhouwen |
| houw om | gebiedende wijs | omhouwen |
| houwe om | woordvorm | omhouwen |
| houwen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omhouwen |
| houwt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhouwen |
| omgehouwen | voltooid deelwoord | omhouwen |
| omhieuw | subordinate-clause, verleden tijd | omhouwen |
| omhieuwen | subordinate-clause, verleden tijd | omhouwen |
| omhouw | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhouwen |
| omhouwe | with-subordinate-clause | omhouwen |
| omhouwend | onvoltooid deelwoord | omhouwen |
| omhouwende | woordvorm | omhouwen |
| omhouwt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhouwen zijn vastgelegd.