omhelzen
werkwoord ɔmˈhɛlzə(n)Betekenis
- de armen om iets of iemand slaan
- aannemen
Hoe spreek je omhelzen uit?
/ɔmˈhɛlzən/
Omhelzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| l | land |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omhelzen
omhelzenhele werkwoord — omhelsdeverleden tijd enkelvoud — omhelsdenverleden tijd meervoud — omhelsdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omhels | omhelsde |
| jij | omhelst | omhelsde |
| hij, zij, het | omhelst | omhelsde |
| wij | omhelzen | omhelsden |
| jullie | omhelzen | omhelsden |
| zij | omhelzen | omhelsden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omhelsd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omhelsd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omhelsd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omhelsd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omhelsd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omhelsd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omhelsd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omhelsd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omhelsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omhelsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omhelsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omhelsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhelsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhels | gebiedende wijs |
| omhelsd | verleden tijd, deelwoord |
| omhelsd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhelsd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhelsd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhelsd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhelsd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhelsd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhelsd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhelsd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhelsd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhelsd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhelsde | verleden tijd |
| omhelze | aanvoegende wijs |
| omhelzend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omhelsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omhelzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhelzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhelsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhelsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhelsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhelsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhelsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omhelsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhelsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omhelsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhelsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhelzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult omhelsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omhelsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omhelsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omhelzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘de armen om de hals slaan’ voor het eerst aangetroffen in 1393
Woordfamilie van omhelzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omhels | gebiedende wijs | omhelzen |
| omhelsd | voltooid deelwoord | omhelzen |
| omhelsde | verleden tijd | omhelzen |
| omhelsden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhelzen |
| omhelst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhelzen |
| omhelze | aanvoegende wijs | omhelzen |
| omhelzend | onvoltooid deelwoord | omhelzen |
| omhelzende | woordvorm | omhelzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhelzen zijn vastgelegd.