Naar de inhoud

missen

niet raken, niet treffen

missen is meer dan één woord

missen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈmɪsə(n)/

Betekenis

  1. niet raken, niet treffen
  2. niet halen
  3. zich vergissen
  4. niet hebben, ontbreken
  5. ontberen
  6. de afwezigheid voelen van
  7. afwezig zijn bij

Hoe spreek je missen uit?

/ˈmɪsən/

Missen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɪsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. niet hebben, ontberen transitive
  2. de afwezigheid voelen van, en bijgevolg tegelijk verlangen naar transitive
  3. afwezig zijn, ontbreken intransitive

Vervoeging van missen

missenhele werkwoord — misteverleden tijd enkelvoud — mistenverleden tijd meervoud — gemistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mis miste
jij mist miste
hij, zij, het mist miste
wij missen misten
jullie missen misten
zij missen misten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemist verleden tijd, deelwoord
gemist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mis gebiedende wijs
misse aanvoegende wijs
missend onvoltooid, deelwoord
miste verleden tijd
te hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te missen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen missen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt missen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen missen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult missen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mis

Herkomst

In de betekenis van ‘niet treffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200

Woordfamilie van missen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
missend onvoltooid deelwoord missen
missende woordvorm missen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van missen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over missen

Hoe spreek je missen uit?
De uitspraak van missen is: /ˈmɪsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent missen?
Missen is een werkwoord. Het woord betekent: niet raken, niet treffen. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je missen?
Je vervoegt missen als volgt: de tegenwoordige tijd is mis, de verleden tijd is miste en het voltooid deelwoord is gemist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op missen?

Op missen rijmen 23 woorden, onder andere beslissen, vissen en wissen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op missen, uitspraak ˈmɪsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beslissen 3
vissen 2
wissen 2
vergissen 3
dissen 2
pissen 2
sissen 2
bissen 2
kissebissen 4
grissen 2
rissen 2
compromissen 4
consumptievissen 5
deelbetekenissen 6
frissen 2
hagedissen 4
hemelbegrafenissen 7
kornissen 3
kraakbeenvissen 4
luchtbegrafenissen 6
pulsvissen 3
smissen 2
tissen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord missen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

missen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

missen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

missen in het kort

missen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van missen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort missen bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

missen: niet raken, niet treffen
Deel missen — standaardnederlands.nl