missen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈmɪsə(n)/Betekenis
- niet raken, niet treffen
- niet halen
- zich vergissen
- niet hebben, ontbreken
- ontberen
- de afwezigheid voelen van
- afwezig zijn bij
Hoe spreek je missen uit?
/ˈmɪsən/
Missen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- niet hebben, ontberen transitive
- de afwezigheid voelen van, en bijgevolg tegelijk verlangen naar transitive
- afwezig zijn, ontbreken intransitive
Vervoeging van missen
missenhele werkwoord — misteverleden tijd enkelvoud — mistenverleden tijd meervoud — gemistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mis | miste |
| jij | mist | miste |
| hij, zij, het | mist | miste |
| wij | missen | misten |
| jullie | missen | misten |
| zij | missen | misten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gemist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemist | verleden tijd, deelwoord |
| gemist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mis | gebiedende wijs |
| misse | aanvoegende wijs |
| missend | onvoltooid, deelwoord |
| miste | verleden tijd |
| te hebben gemist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te missen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen missen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt missen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen missen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult missen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord mis
Herkomst
In de betekenis van ‘niet treffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200
Woordfamilie van missen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| missend | onvoltooid deelwoord | missen |
| missende | woordvorm | missen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van missen zijn vastgelegd.