Naar de inhoud

wissen

het niet meer laten bestaan van

wissen is meer dan één woord

wissen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwɪsə(n)

Betekenis

  1. het niet meer laten bestaan van
  2. weten

Hoe spreek je wissen uit?

/ˈwɪsən/

Wissen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɪsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɪ pit
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wissen

wissenhele werkwoord — wisteverleden tijd enkelvoud — wistenverleden tijd meervoud — gewistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wis wiste
jij wist wiste
hij, zij, het wist wiste
wij wissen wisten
jullie wissen wisten
zij wissen wisten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewist verleden tijd, deelwoord
gewist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wissen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wis gebiedende wijs
wisse aanvoegende wijs
wissend onvoltooid, deelwoord
wiste verleden tijd
word gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wis

Herkomst

In de betekenis van ‘vegen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van wissen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
wissend onvoltooid deelwoord wissen
wissende woordvorm wissen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wissen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wissen

Hoe spreek ik wissen uit?
Zo spreek je wissen uit: /ˈwɪsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wissen?
Wissen is een werkwoord. De betekenis is: het niet meer laten bestaan van. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wissen?
Zo vervoeg je wissen zo: de tegenwoordige tijd is wis, de verleden tijd is wiste en het voltooid deelwoord is gewist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wissen?

In dit woordenboek rijmen 23 woorden op -issen op wissen, zoals beslissen, vissen en missen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wissen, uitspraak ˈwɪsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beslissen 3
vissen 2
missen 2
vergissen 3
dissen 2
pissen 2
sissen 2
bissen 2
kissebissen 4
grissen 2
rissen 2
compromissen 4
consumptievissen 5
deelbetekenissen 6
frissen 2
hagedissen 4
hemelbegrafenissen 7
kornissen 3
kraakbeenvissen 4
luchtbegrafenissen 6
pulsvissen 3
smissen 2
tissen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wissen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wissen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wissen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wissen in het kort

wissen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wissen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wissen bij een woordfamilie van 2 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wissen: het niet meer laten bestaan van
Deel wissen — standaardnederlands.nl