wissen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwɪsə(n)Betekenis
- het niet meer laten bestaan van
- weten
Hoe spreek je wissen uit?
/ˈwɪsən/
Wissen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wissen
wissenhele werkwoord — wisteverleden tijd enkelvoud — wistenverleden tijd meervoud — gewistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wis | wiste |
| jij | wist | wiste |
| hij, zij, het | wist | wiste |
| wij | wissen | wisten |
| jullie | wissen | wisten |
| zij | wissen | wisten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewist | verleden tijd, deelwoord |
| gewist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wissen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wis | gebiedende wijs |
| wisse | aanvoegende wijs |
| wissend | onvoltooid, deelwoord |
| wiste | verleden tijd |
| word gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wis
Herkomst
In de betekenis van ‘vegen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van wissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wissend | onvoltooid deelwoord | wissen |
| wissende | woordvorm | wissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wissen zijn vastgelegd.