kissebissen
werkwoord ˈkɪsəˌbɪsə(n)Betekenis
- langdurig een twistgeprek voeren
Hoe spreek je kissebissen uit?
/ˈkɪsəˌbɪsən/
Kissebissen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ə | de |
| b | bak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van kissebissen
kissebissenhele werkwoord — kissebisteverleden tijd enkelvoud — kissebistenverleden tijd meervoud — gekissebistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kissebis | kissebiste |
| jij | kissebist | kissebiste |
| hij, zij, het | kissebist | kissebiste |
| wij | kissebissen | kissebisten |
| jullie | kissebissen | kissebisten |
| zij | kissebissen | kissebisten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekissebist | verleden tijd, deelwoord |
| gekissebist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekissebist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekissebist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekissebist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekissebist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekissebist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekissebist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekissebist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekissebist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekissebist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekissebist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kissebis | gebiedende wijs |
| kissebisse | aanvoegende wijs |
| kissebissend | onvoltooid, deelwoord |
| kissebiste | verleden tijd |
| te hebben gekissebist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kissebissen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kissebissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekissebist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kissebissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekissebist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kissebissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784
Woordfamilie van kissebissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekissebist | voltooid deelwoord | kissebissen |
| kissebis | gebiedende wijs | kissebissen |
| kissebisse | aanvoegende wijs | kissebissen |
| kissebissend | onvoltooid deelwoord | kissebissen |
| kissebissende | woordvorm | kissebissen |
| kissebist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kissebissen |
| kissebiste | verleden tijd | kissebissen |
| kissebisten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kissebissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kissebissen zijn vastgelegd.