vergissen
werkwoord vərˈɣɪsə(n)Betekenis
- zich ~: tot een foutieve conclusie komen, meestal te goeder trouw
Hoe spreek je vergissen uit?
/vərˈxɪsən/
Vergissen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vergissen
vergissenhele werkwoord — vergistvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vergis me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergis u/je , vergist je | gebiedende wijs |
| vergisse zich | aanvoegende wijs |
| vergissen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergissen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergissen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergist | verleden tijd, deelwoord |
| vergist je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergist u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergist u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergist zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergist zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergist zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergiste | verleden tijd |
| vergiste je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergiste me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergiste u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vergiste u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergiste zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergiste zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vergiste zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergisten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergisten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergisten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| zal me vergissen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich vergissen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je vergissen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich vergissend | onvoltooid, deelwoord |
| zich vergist hebben | verleden tijd |
| zullen je vergissen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons vergissen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich vergissen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u vergissen | tweede persoon |
| zult u vergissen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u vergissen | tweede persoon |
| zult zich/u vergissen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van gissen met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van vergissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergis | woordvorm | vergissen |
| vergisse | woordvorm | vergissen |
| vergissend | woordvorm | vergissen |
| vergissende | woordvorm | vergissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergissen zijn vastgelegd.