dissen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɪsə(n)Betekenis
- indirect beledigen door gebruik van daarvoor geschikt taalgebruik of gedrag
- deze
Hoe spreek je dissen uit?
/ˈdɪsən/
Dissen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een maaltijd opdienen
Vervoeging van dissen
dissenhele werkwoord — disteverleden tijd enkelvoud — distenverleden tijd meervoud — gedistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dis | diste |
| jij | dist | diste |
| hij, zij, het | dist | diste |
| wij | dissen | disten |
| jullie | dissen | disten |
| zij | dissen | disten |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [A] dissen | canonical |
| ben gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dis | gebiedende wijs |
| disse | aanvoegende wijs |
| dissend | onvoltooid, deelwoord |
| diste | verleden tijd |
| er is gedist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedist | verleden tijd, deelwoord |
| gedist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dissen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dis
Vervoeging van dissen
dissenhele werkwoord — gedistvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dissen | canonical |
| diste | verleden tijd |
| gedist | verleden tijd, deelwoord |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord diss
Woordfamilie van dissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| disse | aanvoegende wijs | dissen |
| dissend | onvoltooid deelwoord | dissen |
| dissende | woordvorm | dissen |
| dist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dissen |
| diste | verleden tijd | dissen |
| disten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dissen |
| gedist | voltooid deelwoord | dissen |
| gediste | woordvorm | dissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dissen zijn vastgelegd.