sissen
werkwoord ˈsɪsə(n)Betekenis
- hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank
- een geluid voortbrengen van een boze slang of kat
Hoe spreek je sissen uit?
/ˈsɪsən/
Sissen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het sissende geluid van iets dat in een hete vloeistof wordt gedaan
- het sissende geluid van iets heets dat in water wordt gedaan
Vervoeging van sissen
sissenhele werkwoord — sisteverleden tijd enkelvoud — sistenverleden tijd meervoud — gesistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sis | siste |
| jij | sist | siste |
| hij, zij, het | sist | siste |
| wij | sissen | sisten |
| jullie | sissen | sisten |
| zij | sissen | sisten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesist | verleden tijd, deelwoord |
| gesist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sis | gebiedende wijs |
| sisse | aanvoegende wijs |
| sissend | onvoltooid, deelwoord |
| siste | verleden tijd |
| te hebben gesist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sissen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘scherp geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1437
Woordfamilie van sissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesist | voltooid deelwoord | sissen |
| gesiste | woordvorm | sissen |
| sis | gebiedende wijs | sissen |
| sisse | aanvoegende wijs | sissen |
| sist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sissen |
| siste | verleden tijd | sissen |
| sisten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sissen zijn vastgelegd.