Naar de inhoud

sissen

hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank

sissen

werkwoord ˈsɪsə(n)

Betekenis

  1. hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank
  2. een geluid voortbrengen van een boze slang of kat

Hoe spreek je sissen uit?

/ˈsɪsən/

Sissen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsɪsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
ɪ pit
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het sissende geluid van iets dat in een hete vloeistof wordt gedaan
  2. het sissende geluid van iets heets dat in water wordt gedaan

Vervoeging van sissen

sissenhele werkwoord — sisteverleden tijd enkelvoud — sistenverleden tijd meervoud — gesistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sis siste
jij sist siste
hij, zij, het sist siste
wij sissen sisten
jullie sissen sisten
zij sissen sisten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesist verleden tijd, deelwoord
gesist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sis gebiedende wijs
sisse aanvoegende wijs
sissend onvoltooid, deelwoord
siste verleden tijd
te hebben gesist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sissen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘scherp geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1437

Woordfamilie van sissen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesist voltooid deelwoord sissen
gesiste woordvorm sissen
sis gebiedende wijs sissen
sisse aanvoegende wijs sissen
sist aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sissen
siste verleden tijd sissen
sisten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sissen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sissen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over sissen

Hoe spreek ik sissen uit?
Zo spreek je sissen uit: /ˈsɪsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sissen?
Sissen is een werkwoord. De betekenis is: hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sissen?
Zo vervoeg je sissen zo: de tegenwoordige tijd is sis, de verleden tijd is siste en het voltooid deelwoord is gesist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sissen?

Sissen rijmt op 23 woorden op -issen; beslissen, vissen en wissen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sissen, uitspraak ˈsɪsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beslissen 3
vissen 2
wissen 2
missen 2
vergissen 3
dissen 2
pissen 2
bissen 2
kissebissen 4
grissen 2
rissen 2
compromissen 4
consumptievissen 5
deelbetekenissen 6
frissen 2
hagedissen 4
hemelbegrafenissen 7
kornissen 3
kraakbeenvissen 4
luchtbegrafenissen 6
pulsvissen 3
smissen 2
tissen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sissen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sissen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sissen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sissen in het kort

sissen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sissen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sissen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sissen: hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank
Deel sissen — standaardnederlands.nl