lach
zelfstandig naamwoord, werkwoord lɑxBetekenis
- een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak het voortbrengen van een geluid
- melk
Hoe spreek je lach uit?
/lɑx/
Lach bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
Klinkt hetzelfde als lag.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lachen | meervoud |
| lachje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lachjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lachen
- gebiedende wijs van lachen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lachen
Vervoeging van lach
lachhele werkwoord
Woordfamilie van lach
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lachje | verkleinwoord | lach |
| lachjes | verkleinwoord meervoud | lach |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lach zijn vastgelegd.