lachspier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- spier die gebruikt wordt om te lachen, gevoel voor humor
- op de ~ werken: aan het lachen maken, lachwekkend zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lachspieren | meervoud |
| lachspiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lachspiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van lach ww en spier
Woordfamilie van lachspier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lachspieren | meervoud | lachspier |
| lachspiertje | verkleinwoord | lachspier |
| lachspiertjes | verkleinwoord meervoud | lachspier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lachspier zijn vastgelegd.