Naar de inhoud

lachen

zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden

lachen is meer dan één woord

lachen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɑxə(n)

Betekenis

  1. zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden
  2. het geluid van een hyena voortbrengen

Hoe spreek je lachen uit?

/ˈlɑxən/

Lachen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɑxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɑ bad
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van lachen

lachenhele werkwoord — lachteverleden tijd enkelvoud — lachtenverleden tijd meervoud — gelachenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lach lachte
jij lacht lachte
hij, zij, het lacht lachte
wij lachen lachten
jullie lachen lachten
zij lachen lachten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelachen verleden tijd, deelwoord
gelachen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelachen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelachen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lach gebiedende wijs
lache aanvoegende wijs
lachend onvoltooid, deelwoord
lachte verleden tijd
te hebben gelachen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lachen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord lach

Herkomst

van Middelnederlands lachen , in de betekenis van ‘met het gezicht vrolijkheid uitdrukken’ aangetroffen vanaf 1220 Verder etymologie onzeker; mogelijk te herleiden tot een Protogermaanse wortel *hlahjan- en verder tot Indo-Europees *klek-. Cognaat met Duits lachen, Engels laugh ww . Het zou ook oorspronkelijk een onomatopee kunnen zijn.

Woordfamilie van lachen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelachen voltooid deelwoord lachen
lache aanvoegende wijs lachen
lacht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lachen
lachte verleden tijd lachen
lachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lachen
loech woordvorm lachen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lachen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over lachen

Hoe spreek ik lachen uit?
Zo spreek je lachen uit: /ˈlɑxə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van lachen?
Lachen is een werkwoord. De betekenis is: zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik lachen?
Zo vervoeg je lachen zo: de tegenwoordige tijd is lach, de verleden tijd is lachte en het voltooid deelwoord is gelachen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met lachen

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op lachen?

Er staan 16 woorden in dit woordenboek die op lachen rijmen, waaronder raggen, vlaggen en prachen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op lachen, uitspraak ˈlɑxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
raggen 2
vlaggen 2
prachen 2
aangelachen 4
appalachen 4
compensatiebedragen 7
daggen 2
doodgelachen 4
festivaldagen 5
kernwapenverdragen 7
monumentendagen 6
onweersdagen 4
ophaaldagen 4
recordbedragen 5
werkendagen 4
zonneslagen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lachen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lachen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

lachen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

lachen in het kort

lachen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van lachen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort lachen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

lachen: zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden
Deel lachen — standaardnederlands.nl