dierendag
zelfstandig naamwoord ˈdirə(n)ˌdɑxBetekenis
- een dag die wereldwijd op de agenda staat als een moment waarop extra aandacht wordt besteed aan de dieren, jaarlijks op 4 oktober.
Hoe spreek je dierendag uit?
/ˈdirənˌdɑx/
Dierendag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- dag die wereldwijd op de agenda staat als een moment waarop extra aandacht wordt besteed aan de dieren, jaarlijks op 4 oktober.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dierendagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dier zn en dag zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van dierendag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dierendagen | meervoud | dierendag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dierendag zijn vastgelegd.