ophaaldag
zelfstandig naamwoord ˈɔphalˌdɑxBetekenis
- vastgestelde datum waarop iets bij een vaste verblijfplaats wordt ingezameld
- stembiljetten of handtekeningen onder een petitie worden verzameld
- datum waarop rechthebbenden goederen kunnen afhalen die buiten een verkoop bij faillissement moeten blijven
- vastgestelde datum waarop mensen op een bepaalde plaats worden bezocht om hen naar een andere plaats te brengen
Hoe spreek je ophaaldag uit?
/ˈɔphalˌdɑx/
Ophaaldag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ophaaldagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ophaal ww en dag zn
Woordfamilie van ophaaldag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ophaaldagen | meervoud | ophaaldag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ophaaldag zijn vastgelegd.