bijltjesdag
zelfstandig naamwoord ˈbɛilcəzˌdɑxBetekenis
- term om aan te geven dat de tijd voor afrekening is gekomen na een periode van onderdrukking, uur van de waarheid, dag van de afrekening
- dag dat mensen verslagen worden en de strijd moeten staken
- dag dat veel mensen moeten stoppen met een bezigheid
Hoe spreek je bijltjesdag uit?
/ˈbɛilcəzˌdɑx/
Bijltjesdag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| l | land |
| c | tientje |
| ə | de |
| z | zon |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijltjesdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bijltje zn en dag zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bijltjesdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijltjesdagen | meervoud | bijltjesdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijltjesdag zijn vastgelegd.