goedendag
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord ˌɣudə(n)ˈdɑxBetekenis
- een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen
Hoe spreek je goedendag uit?
/ˌxudənˈdɑx/
Goedendag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
tussenwerpsel
- groet waarmee men iemand een prettig verloop van het etmaal wenst
zelfstandig naamwoord — masculine
- staf die zowel als slag- als steekwapen kan dienen omdat het uiteinde is verzwaard met een ijzeren punt Wordt bij uitbreiding of vergissing ook wel gebruikt voor de strijdvlegel en de morgenster. Middle-Ages
Herkomst
tw: van Middelnederlands accusatief goeden dach , als groet aangetroffen vanaf 1265
Woordfamilie van goedendag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| goedendags | meervoud | goedendag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goedendag zijn vastgelegd.