Naar de inhoud

knipperen

snel openen en sluiten, met name van de ogen

knipperen

werkwoord ˈknɪpərə(n)

Betekenis

  1. snel openen en sluiten, met name van de ogen
  2. snel aan- en uitgaan van een licht
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Hoe spreek je knipperen uit?

/ˈknɪpərən/

Knipperen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈknɪpərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
n nek
ɪ pit
p pak
ə de
r rood
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van knipperen

knipperenhele werkwoord — knipperdeverleden tijd enkelvoud — knipperdenverleden tijd meervoud — geknipperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knipper knipperde
jij knippert knipperde
hij, zij, het knippert knipperde
wij knipperen knipperden
jullie knipperen knipperden
zij knipperen knipperden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geknipperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geknipperd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geknipperd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geknipperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geknipperd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geknipperd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geknipperd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geknipperd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geknipperd verleden tijd, deelwoord
geknipperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknipperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geknipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geknipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geknipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geknipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geknipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geknipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geknipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knipper gebiedende wijs
knipperde verleden tijd
knippere aanvoegende wijs
knipperend onvoltooid, deelwoord
te hebben geknipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te knipperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen knipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geknipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt knipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen knipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geknipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult knipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit knippen met het achtervoegsel -er

Woordfamilie van knipperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geknipperd voltooid deelwoord knipperen
knipperde verleden tijd knipperen
knipperden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon knipperen
knippere aanvoegende wijs knipperen
knippert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon knipperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knipperen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over knipperen

Hoe spreek je knipperen uit?
De uitspraak van knipperen is: /ˈknɪpərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent knipperen?
Knipperen is een werkwoord. Het woord betekent: snel openen en sluiten, met name van de ogen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je knipperen?
Je vervoegt knipperen als volgt: de tegenwoordige tijd is knipper, de verleden tijd is knipperde en het voltooid deelwoord is geknipperd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord knipperen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. I 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

knipperen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. I 2
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

knipperen in het kort

knipperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van knipperen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort knipperen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

knipperen: snel openen en sluiten, met name van de ogen
Deel knipperen — standaardnederlands.nl