holpijp
zelfstandig naamwoord ˈhɔlpɛipBetekenis
- een stem van een orgel; open fluitwerk in het orgel
- een plant uit de paardenstaartenfamilie met een holle steel
- gereedschap dat dient om ergens een rond gat in te slaan
Hoe spreek je holpijp uit?
/ˈhɔlpɛip/
Holpijp bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| l | land |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- stem van een orgel; open fluitwerk in het orgel
- Equisetum fluviatile een plant uit de paardenstaartenfamilie met een holle steel
- buisje met aan een kant een scherpe rand en aan de andere kant een stevige steel, bestemd om ergens een rond gat in te slaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| holpijpen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hol zn en pijp zn
Woordfamilie van holpijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| holpijpen | meervoud | holpijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van holpijp zijn vastgelegd.