Naar de inhoud

hinkelen

het hinkelen beoefenen

hinkelen is meer dan één woord

hinkelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhɪŋkələ(n)

Betekenis

  1. het hinkelen beoefenen
  2. hinken, op één been voortgaan
  3. kinderspel, waarbij men zich volgens bepaalde regels deels op één been springend verplaatst tussen een aantal vakken die op de grond zijn aangegeven

Hoe spreek je hinkelen uit?

/ˈhɪŋkələn/

Hinkelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɪŋkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɪ pit
ŋ ding
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hinkelen

hinkelenhele werkwoord — hinkeldeverleden tijd enkelvoud — hinkeldenverleden tijd meervoud — gehinkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hinkel hinkelde
jij hinkelt hinkelde
hij, zij, het hinkelt hinkelde
wij hinkelen hinkelden
jullie hinkelen hinkelden
zij hinkelen hinkelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehinkeld verleden tijd, deelwoord
gehinkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehinkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehinkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehinkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehinkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehinkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehinkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hinkel gebiedende wijs
hinkelde verleden tijd
hinkele aanvoegende wijs
hinkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehinkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hinkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hinkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hinkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit hinken met het achtervoegsel -el, in de betekenis van ‘op één been voortspringen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Woordfamilie van hinkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehinkeld voltooid deelwoord hinkelen
hinkel gebiedende wijs hinkelen
hinkelde verleden tijd hinkelen
hinkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hinkelen
hinkele aanvoegende wijs hinkelen
hinkelend onvoltooid deelwoord hinkelen
hinkelende woordvorm hinkelen
hinkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hinkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hinkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hinkelen

Hoe spreek je hinkelen uit?
De uitspraak van hinkelen is: /ˈhɪŋkələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hinkelen?
Hinkelen is een werkwoord. Het woord betekent: het hinkelen beoefenen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hinkelen?
Je vervoegt hinkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is hinkel, de verleden tijd is hinkelde en het voltooid deelwoord is gehinkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hinkelen?

Er staan 2 woorden in dit woordenboek die op hinkelen rijmen, waaronder pinkelen en twinkelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hinkelen, uitspraak ˈhɪŋkələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
pinkelen 3
twinkelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hinkelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. I 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hinkelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hinkelen in het kort

hinkelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hinkelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hinkelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hinkelen: het hinkelen beoefenen
Deel hinkelen — standaardnederlands.nl