hinkepink
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- persoon die wat kreupel loopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hinkepinken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hinkepinken
- gebiedende wijs van hinkepinken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hinkepinken
Vervoeging van hinkepink
hinkepinkhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van hinkepinken uit het Frans