hergebruik
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het opnieuw gebruiken,de recycling
zelfstandig naamwoord — neuter
- het opnieuw gebruiken, de recycling
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hergebruiken
- gebiedende wijs van hergebruiken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hergebruiken
Vervoeging van hergebruik
hergebruikhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van gebruik met het voorvoegsel her-