greep
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣrepBetekenis
- grijpende beweging om iets te omvatten, te bemachtigen
- manier van aanvatten, hanteren
- toevallige, willekeurige keuze
- houvast, grip
- de hoeveelheid die men in één keer kan grijpen
- handvat
- gereedschap waarmee men grijpt of steekt
Hoe spreek je greep uit?
/xrep/
Greep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| e | veel |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- houvast, grip, begrip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| greepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| greepjes | verkleinwoord, meervoud |
| grepen | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van grijpen
Vervoeging van greep
greephele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands grepe, in de betekenis van ‘het grijpen, handvat’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van greep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| greepje | verkleinwoord | greep |
| greepjes | verkleinwoord meervoud | greep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van greep zijn vastgelegd.