zeep
zelfstandig naamwoord, werkwoord zepBetekenis
- substantie waarmee schoon gemaakt wordt; heeft een ontvettende werking
- een stuk van bovengenoemde substantie
Hoe spreek je zeep uit?
/zep/
Zeep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- substantie met een desinfecterende werking, gebruikt als schoonmaakmiddel of voor de persoonlijke hygiëne
- een stuk van bovengenoemde substantie, meestal in de vorm van een blok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeepjes | verkleinwoord, meervoud |
| zepen | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van zijpen
Vervoeging van zeep
zeephele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zepen
- gebiedende wijs van zepen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zepen
Vervoeging van zeep
zeephele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘reinigingsmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1288