keep
zelfstandig naamwoord, werkwoord /keːp/Betekenis
- inkeping, insnijding, kerf
- donjon; zwaarste toren in een middeleeuws kasteel
- houden
Hoe spreek je keep uit?
/kep/
Keep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| e | veel |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als cape.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- inkeping, insnijding, kerf met betrekkelijk wijde opening
- Fringilla montifringilla een trekkende zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae) met een wat nasale raspende lokroep, een witte stuit en een donkergrijze kop, waarvan het mannetje de oranjekleurige schoudervlek en borst heeft, en die broedt in Scandinavië en Noord-Rusland
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keepjes | verkleinwoord, meervoud |
| kepen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keepen
- gebiedende wijs van keepen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keepen
Vervoeging van keep
keephele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kepen
- gebiedende wijs van kepen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kepen
Vervoeging van keep
keephele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kerf’ voor het eerst aangetroffen in 1588.
Woordfamilie van keep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keepje | verkleinwoord | keep |
| keepjes | verkleinwoord meervoud | keep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keep zijn vastgelegd.