heft
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het handvat van een mes
- zeven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heften | meervoud |
| heftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| heftjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heffen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heffen
- gebiedende wijs meervoud van heffen
Vervoeging van heft
hefthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘handvat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480
Woordfamilie van heft
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heften | meervoud | heft |
| heftje | verkleinwoord | heft |
| heftjes | verkleinwoord meervoud | heft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heft zijn vastgelegd.